De lucht is helderder. De zon laat nonchalant haar stralen vallen. Iemand laat me voorgaan bij een zebrapad en mijn fiets trapt soepeler. Kloek stap ik mijn voordeur door. Wat een verschil heeft het weer gemaakt.

Met een zwaar gemoed, mijn hoofd vol informatie van taken te doen en beton in mijn benen stap ik in de ochtend op de fiets naar mijn coach. Wat te doen, denk ik 28 keer achter elkaar. Wat kan ik nu eenmaal, herhaalt de mantra zich nog vaker. Het is vroeg en nog stil in de grote hal. Met een ferme druk op de knop verzoek ik de lift mij naar de etage van mijn toekomst te brengen. De nabije, hoop ik. Ik zou de trap moeten nemen, maar dat is weer een opdracht erbij.

Zacht zoet gebak, de geur van koffie en een energieke lach begroeten mij. Ik ontspan. Natuurlijk, ik hoef niet álles alleen te doen. En na iets meer dan een uur geeft mijn zelfvertrouwen me een zacht zetje. Mijn hersenen maken de juiste denkbewegingen. Ik weet weer doen-dingen en zie een nieuwe afslag. Piekeren slaat om in haast. Haast om aan de slag te gaan, de wereld te vertellen wat ik doe en wat ik allemaal kan. En dan geef ik gas…

Simone van Maurik

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Verwijder formulierToevoegen