Ik pak de telefoon om te bellen waarom ik ben afgewezen voor die hele leuke functie van ‘Medewerker ontvangst’ bij een museum. Ik ben benieuwd en daarom niet nerveus voor de reden. Leren wil ik. Begrijpen hoe het werkt. Eigenlijk verwacht ik, als ik de beltoon in mijn oor hoor, desinteresse, een vermoeid zuchten omdat de brief niet paraat is, een ‘oh-nee-een-wanhopige-stalker!-achtige reactie of een ‘daar kan ik niet op ingaan’ van de persoon aan de andere kant van de lijn.

Ik krijg echter een hele leuke vrouw aan de lijn. Zij neemt alle tijd mijn schrijven erbij te nemen en haar motivatie aan mij uit te leggen, alsof zij geen andere werkzaamheden te vervullen had die dag, zo rustig. Ik kan haar bijna zien, de kop koffie ruiken en haar ontspannen onderuit in haar bureaustoel zien zitten. En hoewel ik weet dat ik met zo’n 60 brieven op deze relatief eenvoudige maar leuke functie weinig kans had gemaakt, weet ik dat ik niet onzeker hoef te zijn over mijn kunnen. Haar reden heeft weinig tot niks te maken met mijn competenties. Zijn kiest ervoor om van haar gevoel uit te gaan, haar intuïtie, en zij zoekt één heel specifiek element dat zij persoonlijk belangrijk vindt voor deze functie. En die staat niet eens in de functieomschrijving. ‘Als ik je ontmoet had zou het zo maar kunnen dat ik meteen een goed gevoel bij je had gehad en je een kans had gegeven’, zegt ze.

Die kans. Ik weet niet wie dat regelt: het universum of andere onduidelijke krachten. Hologram-sollicitaties, mooi zou dat zijn. Ik zal onverwacht over die kans struikelen, verbaasd opstaan, mijn knieën afkloppen en met veel gespannen verwachting die andere weg inslaan. Nu al zin in.

Simone van Maurik

 

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Verwijder formulierToevoegen