“Ze drinken slappe alcohol en slepen de hele dag met hout.” Ik glimlach als ik de app van mijn broer lees, die op fietsvakantie is in Zweden. Een doffe plof. Een appel valt in het zand. Ik zit op de tuin. “Ik ben even op de tuin!” Zo zeg je dat.

Thuis zit een oppashond. Tot ik een baan heb, geef ik een valse kat eten, doe ik schilderklusjes in de hete zon en op wankele ladders en slepen honden mij ongeduldig voort door muf ruikende bosschages. Vurig hoop ik dat mijn verontschuldigende blik zegt dat deze echt niet van mij is. De honden zijn lief, vaak grappig en ik vind het leuk ze aandacht en zorg te geven. Buiten zijn is fijn. Zo heb ik alle voordelen afgevinkt.

Alle ‘naast’, ‘nee’ en ‘wacht’ ten spijt gaat ze met vliegende vaart waar haar neus haar leidt. Binnen zwiept ze uitdagend met haar speeltouw. Onwillekeurig moet ik soms lachen. Maar mijn bewegingen worden scherp gevolgd door bruine hondenogen. Voortdurend word ik bespied. Nerveus doe ik alsof ze er niet is. Na 2 dagen doe ik theezakjes, een donut (dat mag want ik heb het zwaar) en een schrijfboekje in mijn tas en kom ik tot rust op de tuin van een vriendin die haar vakantie elders viert. Mijn benen gestrekt. Zon op mijn moede huid. Mijn vakantie. Niks doen. Dat het kan. Ik lust wel een glas slappe alcohol.

De stofzuiger staat in mijn eetkeuken. Nederigheid maakt zich van haar meester. Na een tijdje sluipt ze dichterbij. Met de ogen strak op het apparaat gericht peilt ze wat er gaat gebeuren. Blij met de afleidingsmanoeuvre sluip ik weg. Boven in de gang raap ik een kleddernatte prop op. De herkomst is mij niet meteen duidelijk. Tot ik een schoenzooltje mis. Geen ramp, overtuig ik mezelf.

De zon schijnt op de natte tegels in de tuin en de geur van de regen komt met de warme damp omhoog. Het is de geur van kalmte. Ik maak de balans op. Na vijf honden in huis liggen overal haren, heeft de stofzuiger het drukker dan ooit, lopen pootafdrukken door het huis, zijn er plasjes en grotere zaken op mijn keukenvloer gedeponeerd, is er een plant uit de tuin gegraven, doet mijn arm pijn van het rukken aan de riem, kijk ik in de ochtend vroeger dan wenselijk in een smekende hondensnuit, zien medeweggebruikers met meelij hoe een hond mij voorttrekt, kijk ik beschaamd als ‘mijn’ hond een andere hond met opgetrokken lippen terecht wijst, word ik onder gekwijld en in mijn gezicht gelikt en ben ik doodmoe.

Ik gooi de prijs op de site vast omhoog en blokkeer mezelf een maand. Even pauze.

Simone van Maurik

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Verwijder formulierToevoegen